Iedere Nederlander denkt bij Suriname eerder aan emigratie dan aan immigratie Maar dat klopt niet helemaal meer. Paramaribo wordt de laatste tijd, in de ogen van veel Surinamers, ‘overspoeld’ door Chinese immigranten. Ondertussen trekt de goudwinning in het binnenland veel Braziliaanse gastarbeiders. Surinamers beweren vaak met enige trots dat zij van huis uit vertrouwd zijn met multiculturaliteit: dé Surinamer bestaat niet. Toch kiest vrijwel iedereen, als daarom wordt gevraagd, voor een etnisch label: Creool, Hindoestaan, Marron, Chinees, Javaan. Ook de nieuwe immigranten verbazen zich over de Surinaamse samenleving. Ze vinden het opmerkelijk dat in Suriname iedere etnische groep zijn eigen kerkhof heeft. Het mengt niet, ook niet na de dood.
Onze correspondent in Parimaribo is Idi Lemmers. Klik hier voor zijn profiel en filmpjes.
Feiten en cijfers van Suriname.
Aantal inwoners: 475.996 Surinamers
Hoofdstad: Paramaribo
Onafhankelijk: sinds 25 november 1975, van Nederland
Staatsvorm: constitutionele democratie
Talen: Nederlands, Engels en Sranang Tongo
Oppervlakte: 163.270 vierkante kilometer (4 maal Nederland)
Armoedegrens: 70% onder de armoedegrens (1 tot 2 dollar per dag)
Religie: hindoe, protestant, rooms katholiek, moslim en overigen (5%)
Gemiddelde levensverwachting: 73,5 jaar
Lezen en schrijven: 90% van de bevolking is geletterd
Hiv-aids: 5.200 Surinamers met hiv/aids (2001)
Internetgebruikers: 32.000 Surinamers zijn geregeld on line
Typisch Surinaams
Lalla Rookh
Juni dit jaar is het 135 jaar geleden dat de eerste Indiers van India naar Suriname wordenverscheept om daar voor Hollandse plantagehouders te werken. Op 5 juni 1873 kwam het eerste schip – de Lala Rookh - met Indiase contractanten aan in Suriname. Na beëindiging van de slavernij in 1873 beschikten de Hollanders en Britten niet meer over goedkope arbeidskrachten. Om het werk op de plantages niet te laten stagneren, bedachten ze een nieuwe vorm van arbeid: contractarbeid.
In de jaren zeventig kwamen veel van deze Surinaamse Hindoestanen naar Nederland. Nu wonen in Nederland ongeveer 160.000 Hindoestanen, van wie de meeste in Den Haag. Daar woont ook de waarschijnlijk laatst nog levende Hindoestaanse immigrant, die op een schip van India naar Suriname is gevaren, de nu 95-jarige Gurupersad Girbaran. Zelf was Gibaran tijdens deze bootreis slechts 21 dagen oud dus veel kan hij zich er niet meer van herinneren. (Trouw)
Strand landinwaarts
Het telt slechts 500 meter, het is kunstmatig aangelegd en kijkt niet uit op zee maar op een koffiebruine rivier. Het is gebouwd op de plek van Surinames laatste leprozenkolonie, maar Suriname heeft een strandje. White Beach, compleet met hangmatten en waterfietsen. Het is bedacht door een Surinaamse Nederlander, die zijn villa met jachthaven wilde bouwen op nog geen uur rijden van Paramaribo. Nadat het zand was opgespoten, tot 1 meter 60 hoog, werd hij belaagd door bezoekers uit de stad die er graag een dagje wilde vertoeven. White Beach was geboren. Dat was 2004. Nu bezoeken ruim 100.000 mensen elk jaar dit stukje Caraïben in de jungle. Het zwemwater is afgeschermd met netten, om de baders te beschermen tegen piranha’s.
Foute chauffeurs op de schoolbus
Het aantal meldingen van kindermisbruik groeit in Suriname, maar het onderwerp blijft taboe. Degenen die aangifte doen, vormen een topje van de ijsberg. Terwijl van alle aangiften bij de afdeling jeugdzaken van de Surinaamse politie, zo’n negentig procent heeft te maken met seksueel misbruik van kinderen tussen de 0 en 17 jaar. Iedere maand komen gemiddeld 25 aangiften binnen. Het betreft een vorm van misbruik die zich, volgens hulpverleners, in alle lagen van de bevolking – dus ook de elite – en binnen de verschillende etnische bevolkingsgroepen voordoet. Het meest recente schandaal was seksueel misbruik van kleuters door chauffeurs op schoolbussen. In Suriname is het gebruikelijk dat kinderen van jongs af aan ’s ochtends met de bus naar school gaan. Veelal zijn de bestuurders particulieren die op deze manier iets bijverdienen. Twee chauffeurs zijn inmiddels opgepakt op verdenking van jarenlang misbruik van kleuters. De schrik zit er goed in bij de ouders.
De journaliste Nina Jurna werkt sinds 2000 in Suriname als journaliste en programmamaker. Over de Surinaamse incestproblematiek maakte zij de documentaire ‘Push, no tan tiri’ (zwijg niet langer) die onlangs in première ging op het Internationaal Filmfestival in Paramaribo. (NRC)
Mi Gudu
De Nederlandse journaliste Leonoor Wagenaar, hoofdredacteur van opiniemaandbladParbode en medeoprichter van Mi Gudu Toers vindt de gemeenschappelijke taal een pré. ‘Het is elke keer weer hartverwarmend als de bewoners in de binnenlanden je in het Nederlands verwelkomen.’ In 2004 vertrok zij met haar echtgenoot definitief naar Suriname om een luxe boot van 28 meter te bouwen. Hiermee organiseert het duo riviertrips voor toeristen.
Wagenaar heeft gemengde gevoelens over het zakendoen in Suriname. Enerzijds geniet zij van de verwezenlijking van haar droom. Aan de andere kant komt ze dagelijks obstakels tegen. ‘We werden in de toeristische sector niet zomaar geaccepteerd. Tijdens de bouw van de boot waren onze twee directe concurrenten enthousiast. Toen het ons ook daadwerkelijk lukte, maakte die vrolijke toon opeens plaats voor jaloezie.’ Ook bij de Parbode verloopt niet alles soepel. Mensen komen afspraken niet na en Wagenaar is een paar keer bestolen. ‘Dan zinkt de moed me in de schoenen. Waaraan ben ik begonnen? Waarom moet ik een wantrouwen inbouwen?”, verzucht ze. Grootste valkuil voor lokaal ondernemerschap is het vergunningenbeleid in Suriname. ‘Horendol word je van de bureaucratie en de lange wachttijd. Uit principe hebben we nooit ‘lekkers’ (smeergeld) betaald. Een goed netwerk is goud waard, aldus Wagenaar.
Links
Kidon maakt melding van tien Surinaamse media die on line staan.
Internet World Stats voor Suriname.
Global Voices: Suriname
Suriname: BBC profiel.