Drie weken geleden werd in India een zesjarige meisje op een vuur gegooid omdat zij als kasteloze ‘onaanraakbare’ over een weg liep waar alleen leden van de hogere kasten mogen komen. De 22-jarige dader was van een hogere kaste. Het meisje liep ernstige brandwonden op en ligt nog altijd herstellende in het ziekenhuis.
Kaste-gerelateerde moorden, verkrachtingen en andere misdrijven zijn dagelijkse kost in India. In een rapport uit 2005 wordt becijferd dat iedere twintig minuten een kasteloze, ook wel Dalit genoemd, het slachtoffer van een misdrijf is. De daadwerkelijke cijfers liggen waarschijnlijk nog veel hoger omdat veel Dalits geen aangifte doen uit angst voor represailles door politie en leden van hogere kastes. Vaak worden Dalits niet eens toegelaten in het politiebureau. En zelfs als het tot een rechtzaak komt, ligt vrijspraak vrijwel altijd in het verschiet. In 2000 resulteerde 89 procent van alle rechtzaken over geweld tegen Dalits in vrijspraak van de verdachte.
De behandeling van de Dalits: Indiase apartheid

Een man uit een hogere kaste passeert een groepje DalitsHet kastesysteem in India is één van de schrijnendste nog bestaande gevallen van sociale uitsluiting. In dit land van 1.1 miljard mensen wordt een groep van zo’n 172 miljoen kastelozen op allerlei manieren gediscrimineerd, uitgebuit en geweerd. Het Engelse woord voor buitenstaander, outcast, slaat oorspronkelijk op deze groep, die buiten de vier traditionele Hindoestaanse kasten valt. Het Tamil-woord ‘paria’, dat wij ook kennen, is een andere naam voor de leden van deze groep.
Hoewel er in India als sinds 1950 een grondwettelijk verbod geldt op discriminatie op basis van kaste, en het gebruik van het begrip ‘onaanraakbare’ verboden is, is er in de praktijk in India nog dagelijks sprake van discriminatie en segregatie. De invloed van de Hindoestaanse tradities is zeker op het platteland buitengewoon sterk en de handhaving van wetgeving die discriminatie bestrijdt laat nogal eens te wensen over. De praktijk komt dan ook neer op een Indiase vorm van apartheid, gebaseerd op traditie en niet op de wet: kastelozen wonen ver verwijderd van de hogere kasten, en mogen geen water halen uit bronnen die voor de hogere kasten gereserveerd zijn. In theehuizen worden de glazen voor Dalits buiten apart bewaard in een emmer. Openbare gebouwen hebben vaak aparte in- en uitgangen en wachtruimtes voor Dalits, als ze überhaupt al toegelaten worden. Ook sommige ziekenhuizen, tempels, markten en bijvoorbeeld begraafplaatsen zijn voor Dalitsoff limits.
Devdasi: prostitutie en slavernij

Een kasteloze tempelprostituee uit de deelstaat KamatakaVrouwen uit deze laagste klasse worden massaal uitgebuit. Op basis van het traditionele systeem van devdasi (een combinatie van de woorden voor god, ‘dev’ en slavin, ‘dasi’) worden jonge kasteloze meisjes opgedragen of getrouwd aan een Hindoestaanse godheid. Deze meisjes kunnen niet trouwen en worden aanvankelijk gedwongen zich te prostitueren voor mannen uit de hogere priesterkasten, om later verkocht te worden aan bordelen in de grote steden. AIDS tiert mede door dit systeem welig in India. Hoewel het opdragen van een dochter aan de goden in 1982 officieel verboden is, geldt voor het verboden devdasi-systeem wat voor veel van dergelijke wetgeving in India geldt: de handhaving blijft ernstig in gebreke. Daarom is deze vorm van moderne slavernij in veel van de zuidelijke provincies van India nog altijd dagelijkse realiteit.
Horen, zien en zwijgen
Internationaal gezien is de aandacht voor de Dalit-problematiek minimaal. De Indiase regering doet gevallen van kaste-gerelateerde geweldpleging en discriminatie internationaal altijd af als een ‘interne aangelegenheid’, en komt daar mee weg. Tijdens een recente hoorzitting van de Raad voor de Mensenrechten van de V.N. bagatelliseerde de Indiase delegatie het volgens alle mensenrechtenorganisaties gigantische probleem van discriminatie, segregatie en geweld jegens de kastelozen. De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken bevestigde in antwoord op Kamervragen dat India ook in bilaterale contacten met Europese diplomaten het onderwerp van mensenrechten en kastendiscriminatie hardnekkig vermijdt.

Kocheril Raman NarayananSnelle veranderingen op dit vlak lijken in India dus niet mogelijk, en de hoop is daarom vooral op de Dalits zelf gevestigd. Er zijn gelukkig tekenen dat er verandering mogelijk is, zeker in de grote steden. Zo was de Dalit Kocheril Raman Narayanan tot 2002 president van India. En in mei vorig jaar werd Mayawati Kumari verkozen tot premier van de zeer dichtbevolkte Indiase deelstaat Uttar Pradesh. Kumari is zelf Dalit, voorstander van emancipatie van de kastelozen, en bovendien een vrouw. De machtigste positie in het land, minister-president, is echter nog nooit in handen van een Dalit geweest. Het blijft de vraag of dit snel zal veranderen in een land waar een groot deel van de politieke elite nog altijd afkomstig is uit de bovenste priesters- en heerserskasten.






Voor de huidige generatie reizigers staat Nicaragua synoniem aan prachtige stranden, klimtochten op vulkanen en slaperig, ontspannen koloniale stadjes. Dat is een ander soort betrokkenheid met Nicaragua dan van veel (linkse) jongeren dertig jaar geleden. Zij wilden met woord maar ook met daad `de strijd van het Nicaraguaanse volk’ ondersteunen. Een stroom Nederlanders toog in de jaren tachtig naar Nicaragua, als teamlid van een bouwbrigade of om te werken in projecten voor fietsenwerkplaatsen en kinderopvang.

