
In een wereld die steeds meer verbonden raakt worden die schoonheidsidealen steeds universeler. Is dit ook echt zo, of zijn er nog altijd grote culturele verschillen in wat mooi gevonden wordt?
Volgens onderzoekers van de Universiteit van Aberdeen zijn die schoonheidsidealen in andere culturen hetzelfde als bij ons. Zij legden foto’s van honderden gezichten voor aan proefpersonen in Engeland en in Japan: hoewel de voorkeur in Japan uitging naar Japanse knapperds en in Engeland naar Engelse, bleek dat in beide culturen de voorkeur uitging naar hetzelfde type gezicht, dus met ongeveer dezelfde eigenschappen.
Met de computer maakten ze een ‘gemiddeld gezicht’ en er werd ook een gemiddeld gezicht gemaakt van de 15 gezichten die als het knapst werden beoordeeld. Toen ze de punten waarop het knappe gezicht van het gemiddelde gezicht nog eens extra dik aanzetten, bleek dat ‘overdreven’ gezicht nóg knapper gevonden te worden door de testgroepen. Of het nu een aziatisch of europees gezicht was: als het voldeed aan de eisen van ‘overdreven’ knapheid, werd het mooi gevonden.
Overal ter wereld zijn het dezelfde eigenschappen die mooi gevonden worden: een symmetrisch gezicht, rechte neus, volle lippen. Opvallend is ook dat trekken die met vrouwelijke hormonen worden geassocieerd (volle lippen, grote ogen) bij zowel mannen als vrouwen als het mooist gezien worden. Mannen houden dus van vrouwelijke vrouwen, maar vrouwen houden dus ook meer van wat vrouwelijker mannen. Misschien is dat ook een deel van de verklaring waarom we in deze aflevering van Metropolis niet alleen Braziliaanse modellen met zeer vrouwelijke rondingen zien, maar ook Chinese zakenmannen zien die hun wenkbrouwen laten epileren, en de mooiste man van Nicaragua die zijn borst gladscheert.






Voor de huidige generatie reizigers staat Nicaragua synoniem aan prachtige stranden, klimtochten op vulkanen en slaperig, ontspannen koloniale stadjes. Dat is een ander soort betrokkenheid met Nicaragua dan van veel (linkse) jongeren dertig jaar geleden. Zij wilden met woord maar ook met daad `de strijd van het Nicaraguaanse volk’ ondersteunen. Een stroom Nederlanders toog in de jaren tachtig naar Nicaragua, als teamlid van een bouwbrigade of om te werken in projecten voor fietsenwerkplaatsen en kinderopvang.

