Deze week neemt Metropolis een kijkje in de levens van dienstmeisjes wereldwijd: hoe ze leven, en wat hun dromen en wensen voor de toekomst zijn. En waar op de sociale ladder staan deze –vaak jonge– vrouwen?
Door de grote inkomensverschillen tussen stad en platteland zijn dienstmeisjes in landen als Indonesië en India vaak afkomstig van het platteland. Lilly in India en Elifatun in Indonesië zijn zulke plattelandsmeisjes die naar de stad zijn gekomen om te wonen en werken als dienstmeisje voor een rijke familie. Met het beetje geld dat ze verdienen hopen allebei deze meisjes later een restaurantje te kunnen beginnen in hun geboortedorp. Ook het kindermeisje uit Peru, Nancy, wil misschien gaan werken in een restaurant als de kinderen van haar bazin groot zijn geworden.
In steden of landen waar geen groot reservoir aan laagbetaalde plattelandsbevolking aanwezig is, worden dienstmeisjes vaak geïmporteerd uit arme landen, het bekendste voorbeeld zijn de Filippijnse meisjes die voor hongerloontjes werken in rijke oliestaten in het Midden-Oosten. Maar naast veel landen in het Midden-Oosten, geldt dit bijvoorbeeld ook voor (stad-)staten als Hong Kong, Singapore, Maleisië en Taiwan, waar vaak honderdduizenden diensmeisjes uit het buitenland in dienst zijn. In Saoedi-Arabië zijn er zelfs meer dan een miljoen buitenlandse diensmeiden. Naast de Filippijnen komen deze meisje ook vaak uit arme landen als Thailand, Pakistan, Indonesië, India, Bangladesh, Vietnam en Ethiopië.
Deze jonge vrouwen worden vaak gediscrimineerd in de landen waar ze werken. In Afghanistan wordt het vuile werk opgeknapt door de Hazara, een etnische minderheid die veel gediscrimineerd wordt. De mannen doen zwaar fysiek werk, de vrouwen zijn vaak huishoudster, zo ook Gul, die het getroffen heeft met haar baas: een rijke Indiër die haar waardeert en zijn ‘oudere zuster’ noemt.
Maar dat een baan als dienstmeisje ook een mogelijkheid tot klimmen op de sociale ladder biedt, laat het filmpje uit Nicaragua zien, waar dienstmeisje Maria trouwde en kinderen kreeg met haar veel oudere baas. Nu wacht ze rustig tot ze de erfenis kan innen; tot grote paniek van haar stiefzoon, die overigens ouder is dan zij.






Voor de huidige generatie reizigers staat Nicaragua synoniem aan prachtige stranden, klimtochten op vulkanen en slaperig, ontspannen koloniale stadjes. Dat is een ander soort betrokkenheid met Nicaragua dan van veel (linkse) jongeren dertig jaar geleden. Zij wilden met woord maar ook met daad `de strijd van het Nicaraguaanse volk’ ondersteunen. Een stroom Nederlanders toog in de jaren tachtig naar Nicaragua, als teamlid van een bouwbrigade of om te werken in projecten voor fietsenwerkplaatsen en kinderopvang.

