De oneerlijke wereld van Billy
30 mei 2008
De goedkope boekenkast Billy is al sinds zijn introductie in 1978 een hit: tussen 1978 en 2006 verkocht het Zweedse meubelimperium Ikea in totaal 32 miljoen Billy-boekenkasten. De Billy is daarmee de meest verkochte boekenkast ter wereld. Per jaar bezoeken iets meer dan 400 miljoen mensen van Beijing tot Istanboel en van Moskou tot Melbourne een Ikea, en jaarlijks verkoopt Ikea aan deze mensen voor in totaal zo’n 14,8 miljard euro aan spullen.
De Ikea-formule: succes verzekerd

Nieuwe middenklasse: een jong Chinees stel en hun BillyMaar Ikea doet meer dan simpelweg meubels verkopen: wie een kast koopt bij de Ikea draagt uit dat hij tot de groeiende wereldwijde middenklasse behoort. Zolang er in Pittsburgh, Moskou of Shanghai mensen zijn die met weinig geld toch aansluiting zoeken bij de middenklasse, zal er een Ikea zijn. De meubelgigant stunt met prijzen door plat te verpakken en goedkope, nieuwe materialen te gebruiken zoals met plastic versmolten houtschaafsel. Het onveranderlijke Ikea-concept draagt ook bij aan het wereldwijde succes. Alle winkels zijn groot, het assortiment altijd verassend omdat een derde van de vooraad jaarlijks vervangen wordt, en de Zweedse gehaktballetjes die je er kunt eten maken de lange rit naar de Ikea-hal draaglijk en versterken het ‘nette’ Zweedse imago van de keten.
Toch blundert Ikea ook: de introductie in de V.S. verliep zeer moeizaam door het hanteren van Europese maten voor bedden, keukens, en bijvoorbeeld glazen. Daarom kochten Amerikanen aanvankelijk massaal vazen bij Ikea om uit te drinken, aangezien de Europese drinkglazen voor de Amerikaanse worstenvingertjes veel te klein waren. En in Duitsland introduceerde Ikea het kinderbed ‘Gutvik’ wat klinkt als Duits voor ‘goede beurt’.

Een turks gezin bij hun witte Billy.I did it IWAY
Maar veel ernstiger dan dergelijke triviale vergissingen is de behandeling van werknemers bij toeleveranciers van Ikea. In 1998 raakte Ikea wereldwijd in opspraak na het verschijnen van twee spraakmakende documentaires over de wijdverbreide kinderarbeid in de fabrieken van directe leveranciers van Ikea. In Nederland organiseerde de SP maandenlang acties bij de ingangen van Ikea’s waarbij opgeroepen werd geen producten te kopen die door kinderhanden vervaardigd zouden kunnen zijn. Zo’n 50.000 Ikea-klanten steunden het initiatief en Ikea bond uiteindelijk in, wat resulteerde in ‘The Ikea way’, kortweg IWAY, een gedragscode door Ikea opgesteld voor onder andere de omgang van het bedrijf met haar leveranciers. De eisen die Ikea in deze code aan haar leveranciers stelt zijn relatief streng en IWAY wordt dan ook vaak geroemd als schoolvoorbeeld van sociaal en ecologisch verantwoord ondernemerschap.

Chris poseert in Berlijn naast zijn nieuwe Billy.Uit onderzoek uit 2006 blijkt echter dat Ikea zich in heel veel opzichten niet houdt aan haar eigen regels. Hoewel de kinderarbeid grotendeels verdwenen lijkt te zijn, worden de sociale eisen die IWAY stelt in veel gevallen grof overtreden. In fabrieken in India waar voor Ikea geproduceerd wordt blijken werknemers soms zes dagen in de week tot 15 uur per dag in de fabriek te werken voor lage lonen. In Bangladesh blijkt de betaling van het loon vaak erg lang op zich te laten wachten en wordt voor de vele overuren die er gedraaid worden nauwelijks tot geen compensatie geboden. Ikea-leveranciers in India en Bangladesh bedreigen hun werknemers met ontslag als ze zich in vakbonden dreigen te organiseren.
Interne en ‘Externe’ controle
Hoe is dit mogelijk? In IWAY staat namelijk dat Ikea streng zal controleren op naleving van de gedragscode en bovendien dat er externe controle plaats vindt op deze naleving. Controle van leveranciers vindt plaats door zogenaamde ‘audits’, controle-bezoeken aan de leveranciers, waarbij het voornamelijk om de geleverde kwaliteit van goederen gaat. Het grootste gedeelte van deze bezoeken (1012 bezoeken in 2004) wordt uitgevoerd door medewerkers van de lokale aankoopafdelingen van Ikea. Van haar 90.000 werknemers heeft Ikea er vijf in dienst die zich specifiek richten op de controle van de IWAY-regels. Deze controleurs trainen de landelijke aankopers en voerden in 2005 in totaal 53 controlebezoeken uit.

Een bejaarde man in Spanje met zijn BillyDe externe controle verbleekt hierbij. In 2004 vonden er in totaal maar zeven bezoeken aan Ikea-leveranciers plaats door bedrijven als KPMG en PriceWaterhouseCoopers. Hoewel deze namen trots afgedrukt staan in de Ikea-folder over verantwoord ondernemen, mogen deze bedrijven niets openbaar maken en rapporteren zij net als de Ikea-controleurs exclusief aan de top van Ikea. Het heeft er alle schijn van dat IKEA de namen van deze gerenommeerde accountantskantoren vooral gebruikt om een respectabel en onafhankelijk tintje te geven aan wat in essentie interne controles zijn.
Dat de Billy en al die andere Ikea-producten zo goedkoop zijn en daarom zo succesvol, heeft dus niet alleen te maken met intelligente verpakkingen en goedkope materialen. Ikea heeft de afgelopen jaren dan ook niet voor niets het grootste deel van haar productie naar lagelonenlanden in Azië verplaatst: waar in 1997 nog 33% van de productie in Azië plaatsvond, is dat nu meer dan de helft. De echte, sociale kosten van al die spotgoedkope spullen komen terecht bij werknemers van Ikea-leveranciers in India, Bangladesh, China en andere landen.